De bifilaire zonnewijzer in horizontale uitvoering is in 1923 bedacht door Hugo Michnik, Duitsland.
Zijn idee is het eerste echt nieuwe zonnewijzertype dat sedert eeuwen is ontwikkeld.
In plaats van een poolstijl of gnomon als schaduwgever wordt gebruik gemaakt van twee elkaar kruisende draden.
De ene draad is noord-zuid gericht en de andere draad is oost-west gericht.
Beide draden liggen evenwijdig aan het zonnewijzervlak maar op verschillende hoogte.
Door deze hoogtes in een bepaalde verhouding te kiezen kunnen de uurlijnen allemaal om de 15 graden worden getekend, net als bij een equatoriale zonnewijzer.
De zonnewijzer wordt afgelezen op het punt waar de twee schaduwlijnen van de draden elkaar snijden.
Het is deze eenvoudigste vorm die hier in een procedure wordt beschreven.

Een bifilaire zonnewijzer wordt in onze taal ook wel aangeduid als tweedraadszonnewijzer of als kruisdraadzonnewijzer.
Hoewel over draden als schaduwgever wordt gesproken kunnen ook randen van vlakken daarvoor worden gebruikt.
Lange tijd na de uitvinding is over de bifilaire zonnewijzer niet veel gepubliceerd maar zo rond 1980 is deze zonnewijzer weer in de belangstelling gekomen en heeft deze zonnewijzer zich verder ontwikkeld, o.a. door gebruik te maken van gekromde draden.
Een voorbeeld van zo'n zonnewijzer wordt hieronder gegeven.
