Jaar 2003
U loopt er gemakkelijk aan voorbij. Deze zonnewijzer bevindt zich naast de kleine zuiderpoort van de kerk.
De uurlijnen en de gotische cijfers zijn gekapt in een blok roodbruine zandsteen. De uren lopen van VI via XII tot VI.
Na enig puzzelen vinden we binnen de middelste cirkel het jaartal 1463 en links en rechts onderaan is een metselaarsteken gekapt.
Vanuit het centrum van de cirkel steekt een koperen staaf (de stijl),die in de richting van de hemelnoordpool wijst.
De schaduw van de stijl wijst de tijd aan.
U kunt nog opmerken, dat deze zonnewijzer aan de westkant iets in de muur steekt. Dat komt omdat de zuidmuur enige
graden uit het zuiden staat.
Dat we deze unieke poolstijl-zonnewijzer nog bezitten is te danken aan Mw. Dr. J.G. van Cittert-Eymers* (van 1955 tot1968
directrice van het Universiteitsmuseum), die deze zonnewijzer in de jaren zeventig van de vorige eeuw in deplorabele
toestand aantrof.
Zij realiseerde zich dat we hier te maken hadden met een uitzonderlijk "historisch document in de
geschiedenis van de tijdmeting".
Zij zorgde ervoor, dat de zonnewijzer gerestaureerd en herplaatst werd en niet op de schroothoop terecht kwam bij de
toenmalige restauratie van de Jacobikerk.
Revolutie in de tijdmeting
In de middeleeuwen en daarvóór leefden de mensen in het ritme van de natuurlijke tijd. De dag en de nacht werden elk
onderverdeeld in 12 uren; dat hield in dat 's zomers de daguren behoorlijk langer waren dan in de winter.
In de winter waren de nachturen langer en dan sliepen de mensen ook langer.
Waar zonnewijzers gebruikt werden om de uren aan te geven, waren deze dan ook aangepast om deze ongelijke uren,
die langzaam met de seizoenen mee veranderden, aan te geven.
Rond 1350 kwam de omslag: men ging over op het systeem van gelijke uren
dat wij nu gebruiken.
Het nieuwe systeem werd geleidelijk ingevoerd; zo vinden wij in de archieven van o.a.
Frankfurt en Konstanz de tijd in de overgangsperiode aangegeven in gelijke uren met een toevoeging van de tijd in ongelijke uren.
De revolutie werd in de hand gewerkt door het gebruik van mechanische uurwerken: torenklokken. Deze kwamen al iets
vroeger in gebruik en gaven de tijd aan in gelijke uren.
Deze klokken hadden een zeer onregelmatige gang en moesten
voortdurend bijgesteld worden met behulp van zonnewijzers.
Maar zonnewijzers die gelijke uren aangaven bestonden nog niet.
Dit leidde tot een nieuwe vinding: de poolstijlzonnewijzer.
Deze had een stijl die gericht was naar een van de de hemelpolen. De schaduw achter deze stijl draait dan elk uur precies 15 graden.
Eigenlijk een simpele vinding, die echter vroeger met een tijdmeting in ongelijke uren zinloos was.
Dit type zonnewijzers, dat overigens nog allerlei vormen kan aannemen (als er maar een naar de noordpool of zuidpool gerichte stijl
aanwezig is) heeft vrijwel alle andere typen verdrongen.
Hoe komt het dat Utrecht zo'n vroeg exemplaar van de poolstijlzonnewijzer bezit?
We hebben een kleine aanwijzing:
In 1441 was de Nederlander Johannes de Laet in Erfurt en hij kopiëerde daar enige verhandelingen over de poolstijlzonnewijzer.
De eerste verhandeling werd 10 jaar eerder in Neurenberg geschreven en snel volgden er andere. Jammer genoeg is er geen
direct bewijs, dat Johannes de Laet betrokken was bij het maken van de zonnewijzer aan de Jacobikerk uit 1463.
Er zijn in de tweede helft van de 15-de eeuw natuurlijk veel meer "moderne" zonnewijzers gemaakt en verloren gegaan.
Alleen Utrecht bezit nu de enige gedateerde poolstijlzonnewijzer uit de beginperiode van de revolutie in de tijdmeting.
* Mw. Van Cittert schreef in 1972 ZONNEWIJZERS AAN EN BIJ GEBOUWEN IN NEDERLAND.
Een sterk uitgebreide uitgave kwam in samenwerking met M.J. Hagen in 1984 tot stand: ZONNEWIJZERS IN NEDERLAND.
Hagen was ook degene die in 1978 het initiatief nam tot de oprichting van DE ZONNEWIJZERKRING.
J.A.F. de Rijk